•  

    Het is nog maar een seizoen of vijf geleden dat spelers en supporters van FC Eibergen na afloop van elke wedstrijd angstvallig op hun smartphones moesten kijken naar de uitslagen van een aantal concurrenten. Voor alle duidelijkheid: dan ging het in de strijd tegen degradatie. Inmiddels is er heel wat veranderd. De zojuist afgelopen voetbaljaargang smaakt zelfs naar veel meer en verdere progressie is zeker niet ondenkbaar.  

    Eerlijk is eerlijk: uitgerekend in de eerste ronde van de nacompetitie ging het niet goed. De Eibergenaren haalden hun niveau van vooral na de winterstop op die dag bij lange na niet. Tegenstander FC Bergh bleek bovendien veel sterker dan verwacht en won na verlenging met 4-2. Een uitslag die de ploeg afgelopen zondag tegen GVA uit Doornenburg herhaalde, na andermaal twee doelpunten in blessuretijd. Dat zegt ook wel iets over de kracht van het team uit ’s Heerenberg dat alleen al op basis van deze twee zeges terecht promoveerde.  

    Uiteraard zijn dan de druiven even heel zuur. De emotie zit op dat moment immers nog hoog. Maar als ploeg functioneer je niet een heel seizoen alleen op emotie. Er komt veel meer bij kijken en daarbij moet de blik ook op een aantal andere teams van onze eigen club worden gericht.  

    In de twee seizoenen hiervoor was er al een opgaande lijn bij het eerste elftal te bespeuren. De spelers groeiden steeds meer naar elkaar toe en het combinatiespel ging van maand tot maand een stukje vooruit. Dat alles zorgt uiteraard ook voor meer zelf vertrouwen én voor ontzag bij de tegenstanders. Bijzonder jammer was dat na afloop van die seizoenen er steeds een handvol spelers (vaak niet de minsten) Eibergen verliet.  

    Als je dan het seizoen 2025-2026 met de nieuwe hoofdcoach Ramon ter Maat en zijn assitent Bram Wansink, beiden nog jonger dan een paar spelers uit het team, moet beginnen dan sta je voor een flinke opgave. Over die opgave durven we te stellen dat deze zeer goed is uitgevoerd en dat de beide trainers cum laude zijn geslaagd.  

    Zonder nu op de clubnamen van allerlei tegenstanders in te gaan bleek al redelijk snel dat de Eibergenaren voor geen enkele ploeg onder hoefde te doen. Er kwamen ook steeds minder verschuivingen in de basisopstelling en dat is vaak al een teken dat een ploeg goed in zijn vel zit. Al bleken ook deze keer weer de bekende derby’s een heikel punt.  

    De uiteindelijke derde plaats was echter gewoon de positie waar de Eibergenaren aan het einde van de rit ook hoorden te staan. Voor de opponenten – zelfs voor enkele doorgaans gemakkelijk scorende teams – bleek het maken van meerdere doelpunten tegen ons ineens een pittige klus waarin men eigenlijk ook nooit slaagde. Samen met kampioen Bentelo heeft Eibergen niet voor niets de minste doelpunten van dit seizoen tegen gekregen.  

    Het verhaal voorin ligt anders. Maar hoe lang is dat al wel niet zo? Willen we terug naar tijden waarin het in die linie ook vaak van een soepel dakje liep dan moeten we nu met namen op de proppen komen van scorende aanvallers die je inmiddels tot de categorie ‘legendarisch’ mag rekenen.  

    Zoals iedereen weet hebben we al jarenlang geen echte spitsen meer. De spelers die nu op deze posities staan zijn in feite middenvelders. Om toch in scoringspositie te kunnen komen leggen zij vaak per wedstrijd ieder bijna een halve marathon af, ze lopen zich het schompes. Meer kun je ook absoluut niet verwachten en daarom mag je dat ook gerust als een kwaliteit of meerwaarde beschouwen.  

    Door zo te spelen stonden ze vaak net op de goede plaats en werden duels regelmatig met één doelpuntje verschil gewonnen. Op fraaie wijze keer op de keer de ballen van afstand in het doel jagen of scoren door een geweldige individuele technische actie hoeft echt niet. Ook simpele intikkertjes – vaak na goed samenspel - betekenen dikwijls gewoon drie punten. Op dat gebied valt er echter nog zeker winst te behalen, al moet er dan wellicht van buitenaf of uit een ander team een gemakkelijk scorende speler (dat mag ook een doelgerichte middenvelder zijn) bij komen. 

     Er is al vaker - vooral in de periode toen de laatste periodetitel dichterbij kwam – gezegd dat promotie zeker nog geen must was en daar zit geen valse noot bij. In de wetenschap dat de jonge en hechte selectie in de aanloop naar volgend seizoen waarschijnlijk zo goed als intact blijft ziet het er allemaal behoorlijk rooskleurig uit.  

    Tel daarbij op dat er mogelijk een handvol spelers uit JO19-1 zich bij de groep gaat aansluiten. Ook over dit team mag ook best iets gezegd worden. Uitkomend in de hoofdklasse met voor een flink deel gerenommeerde clubs behaalde de hoogste jeugd – vaak met goed voetbal – een zeer knappe vierde plaats. 

    Blijven we op prestatieniveau en kijken we nog een stukje verder dan kom je uit bij JO17-1. Dit team kwam uit in de eerste klasse met ook al niet de minste tegenstanders en eindigde daar als achtste. Daar mag je ook zeker je tevredenheid over uiten.  

    JO15-1 speelde net als JO19-1 in de hoofdklasse. Het team manifesteerde zich daar tegen eveneens louter sterke clubs zeer sterk. Met uiteindelijk ook een prachtige vierde eindklassering als resultaat.  

    Het moraal van de laatste drie alinea’s is dat er niet alleen bij ons vlaggenschip een flinke opgaande lijn is te bespeuren, maar dat ditzelfde proces ook al een tijd aan de gang is bij de junioren. Tel daarbij dan ook nog eens op dat er in Zondag 2 en Zaterdag 2 het nodige aan kwaliteit rondloopt en dan mag je toch echt wel concluderen dat we als vereniging op prestatieniveau de moeilijke weg naar boven geleidelijk hebben gevonden.  

    Successen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Maar één ding is zeker: we kijken nu al uit naar volgend seizoen.