Download nu onze app in de appstore of playstore

“Terug in de tijd” naar…..Jan Tijink

Toen Tijink in 1976 Eibergen verliet en journalisten hem naar de reden vroegen zei hij: “Als je de veertig nadert, komen er momenten dat je gaat nadenken over je eindbestemming; waar wil ik doodgaan. Ik had geen heimwee maar voelde wel een romantische hang naar mijn geboortestreek”. Alsof onderaardse magneten aan zijn hoefijzers trokken.

Het gesprek gaat in het begin vooral over zijn vrouw, Reina, die sedert enkele jaren de echtelijke woning heeft moeten verruilen voor een gesloten inrichting voor Alzheimerpatiënten.

“Ze snapt de wereld niet meer, en ik haar ook niet meer altijd. Altijd maar dolen in jezelf, het is zo’n verschrikkelijke ziekte. En dan toch is ze soms glashelder en verrast ze me zoals vorige week. Zegt ze opeens “Jan, In Eibergen waren wij toch het gelukkigst,hè”.

Ik heb daar de hele week over nagedacht en ja Reina heeft gelijk. Eibergen is zo bijzonder, dat landschap daar is zo onbeschrijflijk mooi. Op den Esch 2 was een prachtige nieuwe school, met een prachtig team. Onze Bart is er geboren, Ja en dan al die herinneringen aan Eibergse Boys. Kampioen in 1968, de fusie, de strijd met Himmelberg en andere hardliners, de Bijenkamp, de bouw van de tribune, weer kampioen in 1974 tegen DCS voor 3400 man, voetballen tegen AJAX voor 7.500 man, Scholten, Penterman, Hummelink, Alferink, Schurink, Endeman, …… over iedereen kan ik een mooi verhaal vertellen.

Ik weet dat je vooral komt voor de historie van de fusie, maar eigenlijk valt daar niet zo heel veel over te vertellen. Dat is allemaal al breed uitgemeten in Onze Gids en andere kranten. Kort gezegd kwam het hierop neer:

We zaten eind jaren zestig in een groeiend dorp voortgedreven door de powermotor Hermsen. De Westenesch kwam, net als zwembad Het Vinkennest, ’t Simmelink werd ontwikkeld,Elim maakte plaats voor de Huve, smederijen, kruideniers en bakkers legden het loodje en Eibergse Boys werd eindelijk weer eens kampioen. Maar we zaten met drie verzuilde voelbalclubs, alle drie met waardeloze accommodaties en chronisch geldgebrek. Ja het verhaal van die kapotte maaimachines klopte, dat bracht de voorzitters (Penterman, Hondorp en ik) bij elkaar. We gingen naar Aalten om daar de kunst van het fuseren af te kijken.

Ook informeel was er al regelmatig contact tussen bestuursleden, voetballers, trainers, veldverzorgers etc. Ja er waren soms wrijvingen, maar van haat en nijd was nooit sprake. Wel van sportieve rivaliteit, zoals dat hoort tussen plaatselijke clubs.

Op zeker moment in 1970 zaten de drie voorzitters opeens in die prachtige burgemeesterskamer in het gemeentehuis. Hermsen gaf ons de opdracht uit te zoeken wat ons bond en wat ons scheidde. Als we dáár uit waren had hij een oplossing voor ons accommodatieprobleem, te weten een supermodern sportpark voor meerdere voetbalclubs en diverse andere sporten. Hij had alles al bedacht, alleen de naam nog niet. Ik heb nog steeds diepe bewondering voor die man. Jammer dat hij in Eibergen de bijnaam Frans de sloper kreeg. Onverdiend. Hij was een bouwer.

Eigenlijk waren de kaarten snel geschud. SVDES leed een kwijnend bestaan, bij lagere elftallen kwamen spelers niet opdagen en kreeg men geen elf man op het veld, en SSSE wilde niet meedoen uit geloofsovertuiging, wilde uitsluitend op zaterdag voetballen.

Bij de Boys leek er een ruime meerderheid voor een fusie, maar er was een behoorlijk grote groep tegenstanders onder aanvoering van Bernard Himmelberg, die geen afstand wilde doen van de vereniging én de naam Eibergse Boys. Oud zeer. DES zou destijds vooral ontstaan zijn door ronselpraktijken van een of meer pastoors.

Ik heb nooit naar dat verleden willen kijken. Hebben jonge voetballertjes enig benul van wat zich vroeger op de velden of in bestuurskamers voordeed? Die hebben honger naar gras, een bal en de goal. Laten we dat dan faciliteren!

Ik heb die tegenstand misschien onderschat, want uiteindelijk was er zelfs een tweede stemronde nodig onder de Boysleden.

Wat ik rot vond was dat de tegenstanders na dit democratisch genomen besluit nog een tijdlang door bleven gaan, vooral in de pers. Dit heeft mij enkele vrienden en verdriet in de privésfeer gekost.Ik had ook moeite met het ‘stadionverbod’ voor clubicoon Bernard Himmelberg, vooral omdat ik wist dat medebestuurslid Henk Scholten en Himmelbergbevriend waren. Hoe dat ‘veldverbod’ tot stand is gekomen weet ik niet precies meer. Wel herinner in mij dat de zonen van Henk Scholten (Wim en Gé) geprobeerd hebben de verhoudingen te herstellen.

Ja de fusie was soms moeilijk, maar ik heb vooral veel mooie momenten mogen beleven als voorzitter. De kampioenschappen in 68 en 74. De overgang naar de Bijenkamp. De bouw van de Schöppe en de tribune. En het onvergetelijke evenement tegen Ajax.

Ja Reina heeft gelijk.In Eibergen waren we het gelukkigst!”.

Jan Tijink

Hartelijk afscheid. Staand op het pad, naast het makelaarsbord “Te Koop” staat de nog immer joviale Jan mij uit te zwaaien. Alleen.

Ik rij dezelfde weg die Jan reed in 1964.Met een slakkengang (alsof onderaardse magneten trekken aan de auto) van De Wijk door het Reestdal naar Balkbrug. Kilometerslang monumenten. Sprookjesachtig.Tijinksweemoed voel je hier. Dat hij terug wilde….ik snap het.

Voetballend Eibergen zal je blijven eren. Net als Himmelberg. Misschien in de volgende eeuw in de Championsleague, die dan de Himmelbergleague heet, tegen Real Madrid in het Jan Tijinkstadion.

Net als slopen gaat dromen aan bouwen vooraf.

Ik denk dat Hermsen en Tijink dromers waren.

Wolter Odink