Download nu onze app in de appstore of playstore

Struikelend over een berg van herinneringen

Volgend jaar is het 100 jaar geleden dat er in Eibergen georganiseerd wordt gevoetbald. In de tijd van de fusie tussen Sportclub en SSSE gingen mijn gedachten meer dan gewoonlijk terug in de tijd. Voor mij terug naar een tijd waarin Nederland in sommige opzichten op z’n kop stond. De jaren zestig in de vorige eeuw. Ook wel de roerige jaren zestig genoemd. Een tijd waarin de naoorlogse jeugd van zich deed spreken. De provo tijd. Een tijd waarin menig heilig huisje het moest ontgelden.

Wilde je in die tijd lid worden van SSSE dan moest je wel eerst je tiende verjaardag hebben gevierd. Was je tien dan mocht je meedoen in het pupillen elftal, zoals dat toen heette. Nu speel je in de D wanneer je tien bent. Bennie Bartelink was er toen maar wat druk mee. En je mocht ook trainen. Een echte trainer die je leerde hoe je moest koppen en de bal onder controle houden. Gerrit Droppers was zo iemand. Een bekwaam en gedreven pupillentrainer.

Tegenwoordig mogen de kinderen al op veel jongere leeftijd beginnen als lid van de voetbalclub. Op zaterdagmorgen begint het allemaal al vroeg. In de jaren zestig begon het pas na het middaguur. Rond één uur werd je verwacht op het veld. Niet ’s morgens na het opstaan snel met papa of mama in de auto naar het voetbalveld. Nee, de hele morgen lag nog voor je open voordat je op je fietsje naar het veld mocht. En wat erg wanneer het rond negen uur begon te regenen. En het werd haast rampzalig wanneer het om twaalfuur nog regende. Gaat het wel door vanmiddag? Afgelast? Je wist het niet en dus toch maar door de regen naar het veld. Afgelast!!!

De weg naar het voetbalveld was een weg die met veel plezier werd afgelegd. In gedachten was je al met de wedstrijd bezig. Tjonge, wat kon je je verheugen op de komende wedstrijd. Daar op het veld aan de Haaksbergseweg pal achter de begraafplaats. Zij, die er niet hebben gevoetbald zal het weinig zeggen. Loop je toevallig langs die plek aan de Oude Needseweg dan zie je niet veel meer dan een gebouwtje met daarvoor een stuk grasland. Soms lopen er schapen. Een stuk grasland dat omgeven is door iets dat doet denken aan een omheining van een voetbalveld. Doet denken? Dat was een voetbalveld. Een veld dat lag in het verlengde met de Oude Needsweg. Met ernaast iets dat op een kleedkamer leek. Later waren er zelfs twee velden. Het veld pal tegenover het schuurtje werd het eerste veld genoemd. Daarnaast lag het tweede veld. Qua afmeting iets kleiner en dus geen hoofdveld. Beide velden lagen nu in verlengde van de Haaksbergseweg. Het gebouwtje dat er nu anno 2017 nog steeds staat  herbergde vier kleedkamers. De bouwer was Bennie Olthof sr. eigenaar van het toenmalige aannemersbedrijf Olthof. De waterleiding werd destijds aangelegd door koperslager Lammers.

Lopend langs die twee denkbeeldige velden struikel je zowaar over de bergen van herinneringen. Herinneringen aan vele jaren SSSE daar aan de Haaksbergseweg. Wanneer je stil staat hoor je nog de geluiden van de voetballers. En het geruis van de hoge bomen die de velden omgaven. Opeens waan je je in een tijd van zo’n vijftig jaar geleden.

Sta je opeens achter de kleedkamers te zoeken naar een bal die in de diepe sloot is beland. Sluip je snel over de begraafplaats om een ongelukkig geraakte bal te halen. Hoor je Freek Lukens roepen om geduld. Hij moet eerst even een nieuwe bus butagas aansluiten voordat er verder kan worden gedoucht. Althans warm. Beelden komen op.

Trainen op het tweede veld. Zolang het in de avonduren nog kon vanwege de invallende duisternis. Door de week viel er naast het trainen niet veel te beleven rondom het SSS-veld. Hooguit dat je een paar man zag die de handen uit de mouwen staken om iets aan de velden te doen. Een nieuwe omheining plaatsen. Grasmaaien. En natuurlijk moesten de lijnen worden getrokken met de kalk kar

De voetbalzaterdag begon toen tegen het middaguur. Leiders en bestuurders van SSS moesten op zaterdagmorgen veelal naar hun werk. Naderde je de toegangspoort tot de velden dan stalde je de fiets meteen rechts. Daar bevonden zich wat staanders waartegen men het rijwiel hoorde te plaatsen. Het is niet meer toegestaan langs het veld tot achter de kleedkamers te fietsen. Daar was allen nog ruimte voor de brommer van Freek Lukens. En de fiets van Bennie Bartelink. Even na elkaar komen ze aan. Bennie stevig doortrappend op z’n fiets. Net als postbode namens de PTT de laatste post bezorgd en nu met een net vol ballen aan zijn schouder op weg naar de pupillenwedstrijd. Even later komt een deel van de jeugd per fiets uit Neede. ‘Amancio’ en consorten roepen iets van ‘hup SSS’ en betreden luidruchtig het terrein. Zij hebben er weer zin in vanmiddag.

Amper nadat de vraag is gesteld waar Freek Lukens toch blijft zien we hem al aankomen op zijn brommer. Bepakt en bezakt stapt hij af en begroet de aanwezigen. Hij zal ons vanmiddag weer voorzien van thee, warme worst en natuurlijk niet te vergeten de pennywafels. Het “loek” wordt omhoog geklapt en de verkoop kan beginnen. Zo rond de klok van enen spelen de pupillen. Soms mogen ze op het eerste veld. Eerst wordt nog een tweede lat in de beugels gehangen. Zo kan de kleine keeper ook bij de lat. Twee keer twintig minuten zuivere speeltijd. Ach, wat gaat het snel voorbij. Wie zien we daar? Iemand op sokken? Voetbalschoenen vergeten! Dan maar zonder. En de keeper? Zit op een krukje. Blijkbaar weinig te doen. Heeft vanmiddag een makkie. Ja, dan is twee keer twintig minuten staan ook best lang.

Op het tweede veld speelt inmiddels de B-jeugd. Het C1 elftal zit in de GTW bus op weg voor een uitwedstrijd naar Klein Dochteren. Leider Piet Verbeek heeft net de buskaartjes laten knippen.

Tussen de beide velden is een langgerekte zitbank aangebracht. Al zittend kun je daar gelijktijdig twee wedstrijden volgen. Wanneer de pupillen bijna klaar zijn met hun wedstrijd staan de mannen van een volgend elftal al in hun trainingspakken langs het veld.

Zo tegen half vier begint het drukker te worden. Het eerste speelt thuis. In hun trainingspakken beginnen de spelers aan iets dat een warming-up wordt genoemd. Sceptici vonden zoiets aanvankelijk maar niks. Dat gespring en geren door het luchtledige. Allemaal show. Waar is dat nu weer goed voor? Gewoon met z’n allen rondom het doel en dan de bal genadeloos langs de keeper peren dat was toch meer dan genoeg? Toch begint de warming-up langzamerhand een goede gewoonte te worden. Voorafgaand aan de wedstrijd je spieren opwarmen. Rekken en strekken. In het begin keken we daar een beetje vreemd van op. De meeste toeschouwers komen gewoonlijk op de fiets. Zij die met de auto komen parkeren deze langs de Oude Needseweg. Er staan ook auto’s langs de Haaksbergseweg.

Net voordat de wedstrijd begint gaat het kleine hekje open en betreden de elftallen het veld. Het is nu ongeveer vier uur. Wilt u weten wie daar het veld opkomen? Kijk dan even naar de foto. Gele kousen, zwarte broek en een geel shirt. Daarin speelden mijn SSSE-helden uit de jaren zestig. Kijk naar de foto en je herkent ze vast. Een van deze spelers is Bennie Klijn Hesselink. Veel voor SSSE betekend en tot op de dag van vandaag nog steeds een vaste bezoeker van ons huidige sportcomplex. Ook duidelijk op de foto is de mix tussen Eibergse en Needse leden van SSS. Simmelink, Kistemaker, Vrieling, Olthaar, Koens en Wormgoor uit Neede vormen ongeveer de helft van het team.

Eerst elftal uit de jaren zestig: Staand vlnr: Frits Koens, Johan van de Berg (elftalleider), Herman Olthaar, Jan Simmelink, Arie van Vuuren (trainer), Bennie Klijn Hesselink, Hans van de Berg, Henk Vrielink, Gerard te Raa, Derk Simmelink en Herman Ekkel (voorzitter). Gehurkt vlnr: Henk Wormgoor, Henk Kistemaker, Jan van Vuuren, Cris Breukelaar en Gerrit Gaasbeek.

De wedstrijden van het eerste. Hoeveel zijn er in al die jaren gespeeld? Mooie wedstrijden met spanning en sensatie. Mooie doelpunten. En hoe kan het anders, ook wedstrijden die het aanzien nauwelijks waard waren. De herinnering blijft aan de markante personen die het eerste elftal bevolkte.

Op m’n netvlies staan nog de acties en de bijzonderheden van markante spelers. De mannen met hun specialiteit. Spelers die over een kiezelhard schot beschikten. In een flits zien we een doelpunt waarbij de bal via de staander waarom heen het net was bevestigd tot over de zestien meter lijn weer het veld in rolt.

De corner waaruit een kop specialist, dagelijks werkzaam als kapitein op kamp Holterhoek, de bal snoeihart achter de keeper jaagt. En de onvermoeibare middenvelder met over zijn voetbalkousen een paar echte Noorse sokken. En dan die snelle rechtsbuiten uit Enschede die door zijn oud ploeggenoten van Sparta Enschede om de haverklap wordt gevloerd. De SSSE keeper die met gevaar voor eigen leven de bal voor de voeten van een spits wegduikt. Echter, hij moet dit bekopen met een bril die weer aan gruzelementen in het gras ligt. De zoveelste.

Als de rust is aangebroken verdringt men zich voor de uitstalling van Lukens. Er is koffie uit een bekertje. Limonade uit een flesje. En de hartige hap bestaat zoals gewoonlijk uit een hete rookworst uit de pan. De toeschouwers pauzeren in de buitenlucht. Er is geen clubgebouw waarbinnen het behaaglijk warm en gezellig is. De elftallen zitten in schemerige kleedkamers. Drinken thee met veel suiker. Voor de ingang van de kleedkamers houden sommigen hun hoofd onder de koude kraan. Wanneer de tweede helft er op zit wordt het ergste vuil van de benen gespoeld boven de brede wasgoot. Nog even kort met elkaar napraten en dan gaat het trainingspak aan en is het tijd om naar huis te gaan. Zeker in de donkere november maand is het al snel donker na het laatste fluitsignaal van de scheids.

Het loopt tegen zessen. De wedstrijd is afgelopen. Hendrik Oosterink haalt de netten van de doelen en mikt ze in de kruiwagen. Om te voorkomen dat de houten deklat gaat doorzakken plant hij in het midden van het doel een flinke balk ter ondersteuning. Het wordt stiller en stiller rond de velden. De ‘winkel’ van Lukens is inmiddels gesloten. Het veld ziet er nu verlaten uit. De voetballers zijn naar huis.

De kleedkamers worden afgesloten. De brommer van Lukens is weer als een pakezel beladen met dozen en aan het stuur hangt een net met ballen. Daar tussenin zit Freek. Hevig kermend en rokend pruttelt de brommer richting Eibergen. Het zit er weer op. De zaterdag is voorbij. Morgen is het zondag. De zevende dag.

Bertus te Raa (62) werd in 1965 lid van SSSE. Nadat hij alle jeugdelftallen had doorlopen debuteerde hij in 1973 in het eerste elftal. Bleef tot eind jaren 80 deel uitmaken van het eerste. Hierna koos hij voor de lagere elftallen en is tot op heden nog steeds te vinden op de velden van de FC Eibergen. Nu als teamlid van de 45+ groep. Het bovenstaande verhaal is door hem geschreven ten tijde van de fusie tussen Sp Eibergen en SSSE.