Weer van #fceibergen
Hoe het allemaal begon
Hoe begon het allemaal in 1934, ook een jaar waarin het toernooi om het wereld-kampioenschap voetballen werd gehouden. Dit wakkerde ook de voetbalbelangstelling in Eibergen aan. Er was wel voetbal, maar alleen op zondag. Er was een dominee, dominee Masselink, die al eens zei: " jullie moeten eens een zaterdagclub oprichten" .
Dat was een begin en op 31 mei 1934 was het zover. Een 35-tal jongelieden en ouderen komen tot de oprichting van een christelijke voetbalclub. De naam van de vereniging wordt bedacht door de heer L. Huygens, het wordt SSSE: Sport - Staalt - Spieren - Eibergen. In Eibergen krijgt men algauw de bijnaam Springende Stamboek Stieren, maar daar gaat het werk gewoon om door. Een reglement wordt opgesteld, daarin wordt onder meer vermeld dat er niet op zondag gevoetbald wordt en de leeftijdsgrens om lid te kunnen worden, wordt bepaald op 14 jaar. De eerste ledenlijst vermeldt 43 namen.
Er komen nogal wat problemen op de nieuwe vereniging af, onder meer moest er een bal gekocht worden en de genoemde 43 leden hadden weinig of geen geld. Maar het lukte toch om een bal te kopen, de mensen die wel werk hadden, betaalden voor de mensen zonder werk. Er kon gevoetbald worden met een leren bal met een veter. De bal moest wel elke week behandeld worden met ledertraan om deze soepel te houden. Dat betekende wel weer dat de bal iedere zaterdag opnieuw opgepompt diende te worden.
Veel steun hadden de oprichters aan een vriend uit Enschede, hij was competitieleider van de N.C.V.B. en zijn naam was Roelof Weener. Een broer van Dick Weener en dus een oom van trainer Roel Weener. De sfeer was altijd gemoedelijk, men had (maakte) steeds tijd voor elkaar. Men kende iedereen en als sportvriend zette men de schouders eronder. Geen werk was teveel.
De accommodaties
Bij de oprichting wordt er een voetbalveld gevonden aan de Hupselseweg in Eibergen. Boer Te Vaanholt had een stuk weiland waar nu de voormalige fabriek van Landeweer staat. Het gras wilde er echter slecht groeien en Te Vaanholt wilde SSSE er wel laten voetballen, als SSSE ervoor zorgde, dat zijn koeien een ander stuk grasland kregen.
Dat werd gelukkig gevonden. Meneer Ten Cate had in de "Nieuwe Aanleg" wel weilanden en daar mochten dan, als compensatie, 3 koeien van Te Vaanholt in. Er kon dus gevoetbald worden en nog wel op een echt weiland. De vreugde duurde echter maar kort. Boer Te Vaanholt had namelijk gezien, dat er op zijn weiland wel degelijk gras wilde groeien. Wat zag hij? Het merkwaardige geval deed zich voor, dat het gras het hardst groeide bij de kalklijnen. Conclusie van Te Vaanholt: zijn weiland had kalkgebrek. Volgende conclusie: hij mocht dus best vragen om meer koeien te mogen laten grazen in de weilanden van Ten Cate. Maar dat ging niet door en boer Te Vaanholt moest zijn weiland, dus het voetbalveld, terug. Gelukkig kreeg SSSE toestemming van de heer Ten Cate om te gaan voetballen op de "Nieuwe Aanleg". Algauw werd de "Nieuwe Aanleg" door de leden omschreven als "Domme Aanleg". Volgens hen was alles er dom aan. Het veld bestond uit molshopen en tossen gras. Hier één wedstrijd spelen kostte meer energie, dan twee op een gewone grasmat.
Hier wordt dan ook niet lang gevoetbald. Nog geen jaar na de oprichting wordt de verhuizing naar het nieuwe terrein van de NH-diaconie aan de Haaksbergseweg aangekondigd. De kleedgelegenheid was daarbij een van de problemen. Bij de boer is bezwaarlijk omdat de boerin hier niet tegen kan, was de mening van de ledenvergadering.
Het bestuur zou hierover contact opnemen met de boer. Het bestuurslid die dit zou regelen, rapporteerde als volgt: ik heb mij wel in verbinding gesteld met boer Lammers, maar boer Lammers niet met mij. Op zaterdag 28 september 1935 wordt het terrein officieel in gebruik genomen. In het eerste seizoen dat er gespeeld wordt aan de Haaksbergseweg, wordt het eerste elftal van SSSE met vlag en wimpel kampioen. Op 27 februari 1936, bij de wedstrijd SSSE 2 - Blauw Wit 2 Dinxperlo wordt een nieuwe kleedkamer in gebruik genomen. En ene Tinus die pas in het huwelijksbootje is gestapt, neemt naast de goede zorg voor zijn vrouw ook de zorg voor het materiaal op zich.
Na de fantastische beginjaren heeft ook SSSE het moeilijk in de oorlogsjaren en in 1944 bij het 10-jarige bestaan ziet het er niet best uit, de vereniging telt nog maar 15 leden. Na de bevrijding wordt de toegebrachte schade aan het terrein opgenomen: de kleedkamer is weg en wordt niet teruggevonden. Later zou men deze terug hebben gezien als kippenhok in Anholt. Ook de omrastering van het terrein is verdwenen. Langzaam maar zeker gaat het dan weer wat beter met de vereniging. Er komt ook weer een kleedkamer. "Er verrees een villa in de Woeste Esch, eenig in zijn soort" zo schreef men in de kranten. In 1951 wordt de promotie naar de 4e klasse van de KNVB gehaald. En dan te bedenken dat men 6 jaar terug nog in de 3e klasse van de onderafdeling speelde.
Voordat er zaterdags gevoetbald kon worden, moest men nog wel even de kleedkamers schoonvegen, de netten ophangen, de lijnen kalken en de schapen van het speelveld verwijderen. In 1961 werd door het bestuur besloten dat de schapen van het veld moesten. Deze dieren houden zich niet meer aan de afspraak, hun uitwerpselen werpen de spelers onderuit. In 1962 heeft men het plan om de kleedkamers in de maanden mei tot en met juli als vakantieverblijf te verhuren. Men krijgt van de lokale overheid hiervoor echter geen vergunning. In de loop der jaren kwam het verkooppunt van Freek Lukens in beeld. Door een luikje kon hij iedereen helpen aan een warm worstje of een flesje met fris. Alles moest wel in de openlucht genuttigd worden en vaak staande. Een record was een opbrengst van f 1.500,00 per jaar, vooral dankzij de geweldige inzet van Freek Lukens met zijn dochters. Aan dit terrein achter de Begraafplaats is bijna 39 jaar gevoetbald, namelijk tot februari 1974.
In 1970 worden voor het eerst oriënterende besprekingen gevoerd over de plannen van een verhuizing naar het nieuwe sportcomplex de Bijenkamp. Het uiteindelijke resultaat kennen we: een prachtig sportcomplex met een eveneens prachtig clubgebouw, genaamd "D’n Iemhof". Op 12 februari 1974 houdt het bestuur haar eerste vergadering in het nieuwe clubgebouw, waarna de officiële opening plaatsvindt op 20 februari van dat jaar door burgemeester van de toenmalige gemeente Eibergen.
In 1993 is de gehele accommodatie gemoderniseerd, men kon beschikken over drie speelvelden, twee verlichte trainingsvelden, acht kleedkamers, drie kleedkamers voor scheidsrechters, een verzorgingsruimte, een materiaalopslag, een prachtige bestuurs- c.q. vergaderruimte en het reeds genoemde clubgebouw.
In 1977 ging het er overigens in het clubgebouw van SSSE nogal stormachtig toe. Dat lazen wij in de krant van maandag 3 oktober 1977 met de volgende tekst.
"Het was zaterdag bijzonder winderig op het sportcomplex "de Bijenkamp" in Eibergen, of moet ik eigenlijk zeggen Neede. Nee, Neede - Eibergen. Het stormde zowaar en de vele sportbeoefenaars hadden zichtbaar moeite met het voor ons weer helemaal vreemde herfstweer. Het is daarom niet vreemd dat tijdens de verschillende rustperioden de toeschouwers, die toch maar een nat pak riskeerden, zich eventjes gingen opwarmen in de warme kantine. In de kantine van SSSE was het eventjes helemaal niet warm. Daar waaide het bijna nog harder dan buiten het overigens leuke clublokaal. Wat gebeurde namelijk. De een of andere onverlaat probeerde een nieuwe koolzuurcilinder aan te sluiten om zodoende lekkere pilsjes te kunnen tappen. De man was echter niet op de hoogte van de juiste handelingen, want plotseling klonk een vreselijk gesis door de ruimte. Verschillende snoepartikelen alsmede een prijzenbord werden van de wand weggevaagd. Iedereen stoof richting deur. Daar bleef het bij. Toen was de orkaan voorbij. Zo zie je maar weer dat sommige mensen zich beter bezig kunnen houden met het drinken van een pilsje, dan met het tappen van een pilsje".
De clubkleuren
Wat de kleding betreft, koos SSSE bij de oprichting voor de kleuren oranje en zwart. De kousen zijn zwart met een oranje knieband. Het was een behoorlijk zwarte bedoening en daarbij was ook de keeper nog eens helemaal in het zwart. Tijdens een wedstrijd tegen de CJV’ers in Deventer werd daarom een keer gevraagd of ze de dominee hadden meegebracht. In september 1962 wordt in de ledenvergadering besloten om een nieuw tenue te gaan dragen. Dit met ingang van het volgende seizoen, de leden hadden dan een jaar de tijd om te sparen. In het seizoen 1963/1964 verschijnt SSSE in een nieuw tenue: geel shirt en zwarte broek, de clubkleuren tot en met 2006.
