Weer van #fceibergen
|
06 december 2011

Als je als voormalige SSSE’er op Texel je wedstrijdjes speelt in een bordeauxrood voetbaltenue, kun je toch wel stellen dat de Eibergse voetbalfusie ook buiten de gemeentegrenzen geslaagd is. Sinds oktober ben ik namens ZDH (Zwaluwen Den Hoorn) actief in de Texelse recreantencompetitie. In deze ‘wilde’ klasse, dus buiten de KNVB om, bevinden zich vier teams, die volgens goed Schots gebruik een dubbele competitie afwerken. De reguliere teams van de vier Texelse voetbalverenigingen spelen hun uitwedstrijden in de Kop van Noord-Holland, tegen elftallen uit dorpen als Anna Paulowna en Hippolytushoef en steden als Alkmaar en Den Helder, maar in de tweewekelijkse bootreis die daarmee gepaard gaat had ik niet zo’n trek, vandaar dat ik voor het recreantenvoetbal koos.
Anders dan bij FC Eibergen Zaterdag 4, mijn vorige team, speel ik nu op zondagochtend. De meeste wedstrijden kennen een aanvangstijdstip van 10.30 uur, alleen wij Zwaluwen beginnen onze thuiswedstrijden om 11.00 uur. Dat beginnen is trouwens een nogal rekbaar begrip. Aftrap om 11.00 uur houdt in dat de eerste spelers om 10.45 binnendruppelen. Na een bakje koffie begeven de meesten zich rond elven naar de kleedkamer. Na het aantrekken van de al genoemde bordeauxrode tenues, wandelen we dan naar het veld voor een warming-up. Voor sommigen betekent dit enkele ballen zo hard mogelijk op doel rossen, anderen rennen wat heen en weer. Vervolgens wordt er iemand in de kantine bereid gevonden om de fluit ter hand te nemen. Het fenomeen grensrechter is in deze competitie onbekend.
Ondanks de aanwezigheid van meer dan twintig spelers ‘op papier’ waren er tijdens onze eerste wedstrijd slechts tien bereid gevonden om daadwerkelijk tussen de lijnen te verschijnen. Omdat tegenstander Oosterend er ook maar tien had, maakte dat eigenlijk weinig uit. Ik moest wel even wennen aan de lokale spelregels. Onze rechtsback ving in de eigen zestien een bal en gooide hem over de achterlijn. Dit resulteerde in een corner. Na twee keer 35 minuten (dit is de officiële speeltijd, wel afhankelijk van het weer, de tussenstand en het humeur van de spelers) zat mijn debuut op de Texelse velden erop. De 3-8 nederlaag was nauwelijks geflatteerd te noemen. Een week later verloren we opnieuw, met 5-1 van Texel’94. Dit matige begin van mijn Texelse voetbalcarrière vroeg om drastische maatregelen.
Mijn voormalige teamgenoot bij FC Eibergen Jerry Kerkdijk waagde de overtocht over het Marsdiep. Twee seizoenen geleden filmde Jerry regelmatig de wedstrijden van FC Eibergen Zaterdag 4. Dit had een onverwachts effect op mijn productiviteit. Jerry hoefde zijn camera maar tevoorschijn te halen of de doorgaans nogal moeizaam scorende rechtshalf van het vierde (ik dus) had de bal al in het netje liggen (De bewijzen hiervan zijn nog steeds te vinden op Youtube). Misschien dat de aanwezigheid van Jerry en zijn camera de ban kon breken. Inderdaad had dit bijna direct succes. In de uitwedstrijd tegen Oosterend raakte ik met een vlammend schot de lat en het veldspel van het hele team zag er verzorgder uit. Helaas bleken ons ook dit keer de punten niet gegund: 3-1 verlies.
Maar het Jerry Kerkdijk-effect trad dit keer met vertraging op. Een week later ontvingen we De Koog. Voor dit team met veel horecamedewerkers uit de Texelse badplaats bleek voetballen op de zondagochtend nogal een opgave. Om het kort samen te vatten: we wonnen met 9-0, ik scoorde twee keer en gaf een handvol assists. Omdat Jerry en zijn camera inmiddels vertrokken waren, moet u mij maar op mijn woord geloven, maar vooral mijn tweede treffer was bijzonder fraai, een boogbal over de keeper vanaf een meter of 25. De resterende twee wedstrijden van de eerste seizoenshelft gingen vanwege vakantie aan mijn neus voorbij, zodat ik mij nu, vroeger dan verwacht, al in de winterstop bevind. Gelukkig hoef ik niet stil te zitten omdat ik sinds kort ook zaalvoetbal speel, maar daarover wellicht een volgende keer meer.
Frank Grootemaat eindigde met zijn boek 'Burenruzies: Voetbalinterlands vol strijd en rivaliteit' op de derde plaats in de categorie Publieksprijs van de Nico Scheepmakerbeker 2010.
