Historie

FC Eibergen kent een rijke voetbalhistorie, in verschillende samenstellingen en onder verschillende namen heeft de club geacteerd op verschillende niveaus in het Nederlandse amateurvoetbal. Hieronder is een overzicht te vinden van de historie die heeft geleid tot de club in zijn huidige vorm.

FC (FusieClub) Eibergen is op 1 juli 2006 ontstaan uit een fusie tussen Sportclub Eibergen en c.s.v. S.S.S.E. Op 14 december 2005 hebben de ledenvergaderingen van beide verenigingen tot deze samenwerking besloten. Bij beide vergaderingen was meer dan 97% van de leden voor de fusie (respectievelijk 97,3 % en 97,9 %). De vergaderingen werden allebei bij café-zalencentrum “de Klok” in Eibergen gehouden, na de positieve uitslag werd de wand tussen beide zaaldelen verwijderd en volgde een gezamenlijke voortzetting van de vergadering.

Tijdens deze avond werd tevens, na de beslissing over de fusie, in een gezamenlijke vergadering gekozen voor een nieuwe clubnaam en nieuwe clubkleuren. Een commissie had reeds een aantal namen en kleurencombinaties voor geselecteerd. Uiteindelijk werd na twee stemronden gekozen voor de naam FC Eibergen en de kleurencombinatie lichtblauw en donkerblauw.

FC Eibergen is juridisch opgericht op 1 juli 2006. Omdat de nieuwe vereniging haar geschiedenis niet zomaar overboord wilde zetten, is gekozen voor een historische oprichtingsdatum van 24 april 1918. Dit was de oprichtingsdatum van de oudste club; SC Eibergen (die deze historische datum in 1971 hebben meegenomen van Eibergse Boys). Deze datum wordt gebruikt voor KNVB jubilea, datum aanvang lidmaatschap en andere uitingen. Ereleden, erevoorzitters, leden van verdienste en andere jubilarissen zijn overgenomen door de nieuwe vereniging.

Fusieproces

Voorafgaand aan de beslissing over de fusie is reeds het nodige voorwerk verricht. Begin 2004 al is door de besturen van Sportclub Eibergen en SSSE de afspraak gemaakt om een onderzoek te doen naar de mogelijkheden om de samenwerking tussen beide verenigingen te intensiveren. De besturen van Sportclub Eibergen en SSSE onderkenden dat de samenwerking tussen de verenigingen stagneerde, waardoor de behoefte ontstond om nader te onderzoeken waar meer samenwerking kon worden gerealiseerd.

De voorkeur van beide besturen ging hierbij uit naar een onafhankelijk en objectief onderzoek. Om die reden is ervoor gekozen om een commissie te benoemen met daarin personen die op dat moment bestuurlijk niet actief waren bij Sportclub Eibergen en SSSE. Aan Henk Boevink en Johan Schot is gevraagd om dit onderzoek op te starten en in te vullen. De onderzoekscommissie is door hen uitgebreid met Gerrie Schaperclaus, sportconsulent van de ESF, Guus ten Brinke en Jeroen Olthof.

Deze onderzoekscommissie heeft gedurende vier maanden onderzoek gedaan naar de meest geschikte vorm van samenwerking tussen de voetbalverenigingen Sportclub Eibergen en SSSE. De uitkomst van dit onderzoek is geformuleerd in de vorm van een visie met als titel ‘The Perfect Match?’. In het rapport komt de commissie tot de conclusie dat een fusie de meest adequate vorm van samenwerking is vanuit de huidige situatie van gezonde verenigingen. De belangen van de leden van zowel Sportclub Eibergen als SSSE zijn hiermee het beste gediend.

Deze visie is op 29 september 2004 gepresenteerd aan de algemene ledenvergadering van SSSE en op 03 november 2004 aan de algemene ledenvergadering van Sportclub Eibergen. Beide ledenvergaderingen hebben met meerderheid ingestemd met de visie en een mandaat aan de besturen van de verenigingen gegeven om de visie verder uit te werken in een fusieplan. In december 2004 heeft de onderzoekscommissie haar werkzaamheden afgerond met het doen van aanbevelingen voor de uitwerking van het fusieplan. De commissie is vervolgens opgeheven.

De besturen van beide verenigingen hebben vervolgens gezamenlijk besloten om een aparte commissie aan te stellen voor het uitwerken van een fusieplan. Bert Westhuis en Jan Timmerije zijn, namens respectievelijk SSSE en Sportclub Eibergen, gevraagd om leiding te geven aan deze commissie. De commissie werkt in de vorm van een stuurgroep met daaronder werkgroepen onder de werknaam ‘SSC Eibergen’. Bert en Jan zijn benoemd als respectievelijk voorzitter en plaatsvervangend voorzitter/secretaris van de stuurgroep. Tevens is besloten dat Sander Schut, student SPECO, zijn afstudeeronderzoek zou gaan doen in het kader van het fusieplan. Tijdens de nieuwjaarsrecepties van beide verenigingen in januari 2005 is deze opzet en benoeming bekend gemaakt aan de leden.

In januari 2005 zijn de stuurgroep en de werkgroepen verder personeel ingevuld met leden van Sportclub Eibergen en SSSE. Op 20 januari 2005 vergaderde de stuurgroep voor de eerste maal. In de daarop volgende maanden is door alle betrokkenen hard gewerkt aan het opstellen van het fusieplan, dat ten grondslag zou liggen aan de uiteindelijke beslissing tot fuseren. Gedurende het proces is veel aandacht besteed aan de communicatie met leden en betrokkenen o.a. door het informeren via nieuwsbrief en website en interactie met vrijwilligers en leden via informatieavonden. Uiteindelijk was in december 2005 het woord aan de leden, die toen een beslissing hebben genomen over het fusieplan en het uiteindelijke fuseren.

Hoe het allemaal begon

Hoe begon het allemaal in 1934, ook een jaar waarin het toernooi om het wereld-kampioenschap voetballen werd gehouden. Dit wakkerde ook de voetbalbelangstelling in Eibergen aan. Er was wel voetbal, maar alleen op zondag. Er was een dominee, dominee Masselink, die al eens zei: ” jullie moeten eens een zaterdagclub oprichten” .

Dat was een begin en op 31 mei 1934 was het zover. Een 35-tal jongelieden en ouderen komen tot de oprichting van een christelijke voetbalclub. De naam van de vereniging wordt bedacht door de heer L. Huygens, het wordt SSSE: Sport – Staalt – Spieren – Eibergen. In Eibergen krijgt men algauw de bijnaam Springende Stamboek Stieren, maar daar gaat het werk gewoon om door. Een reglement wordt opgesteld, daarin wordt onder meer vermeld dat er niet op zondag gevoetbald wordt en de leeftijdsgrens om lid te kunnen worden, wordt bepaald op 14 jaar. De eerste ledenlijst vermeldt 43 namen.

Er komen nogal wat problemen op de nieuwe vereniging af, onder meer moest er een bal gekocht worden en de genoemde 43 leden hadden weinig of geen geld. Maar het lukte toch om een bal te kopen, de mensen die wel werk hadden, betaalden voor de mensen zonder werk. Er kon gevoetbald worden met een leren bal met een veter. De bal moest wel elke week behandeld worden met ledertraan om deze soepel te houden. Dat betekende wel weer dat de bal iedere zaterdag opnieuw opgepompt diende te worden.

Veel steun hadden de oprichters aan een vriend uit Enschede, hij was competitieleider van de N.C.V.B. en zijn naam was Roelof Weener. Een broer van Dick Weener en dus een oom van trainer Roel Weener. De sfeer was altijd gemoedelijk, men had (maakte) steeds tijd voor elkaar. Men kende iedereen en als sportvriend zette men de schouders eronder. Geen werk was teveel.

De accommodaties

Bij de oprichting wordt er een voetbalveld gevonden aan de Hupselseweg in Eibergen. Boer Te Vaanholt had een stuk weiland waar nu de voormalige fabriek van Landeweer staat. Het gras wilde er echter slecht groeien en Te Vaanholt wilde SSSE er wel laten voetballen, als SSSE ervoor zorgde, dat zijn koeien een ander stuk grasland kregen.

Dat werd gelukkig gevonden. Meneer Ten Cate had in de “Nieuwe Aanleg” wel weilanden en daar mochten dan, als compensatie, 3 koeien van Te Vaanholt in. Er kon dus gevoetbald worden en nog wel op een echt weiland. De vreugde duurde echter maar kort. Boer Te Vaanholt had namelijk gezien, dat er op zijn weiland wel degelijk gras wilde groeien. Wat zag hij? Het merkwaardige geval deed zich voor, dat het gras het hardst groeide bij de kalklijnen. Conclusie van Te Vaanholt: zijn weiland had kalkgebrek. Volgende conclusie: hij mocht dus best vragen om meer koeien te mogen laten grazen in de weilanden van Ten Cate. Maar dat ging niet door en boer Te Vaanholt moest zijn weiland, dus het voetbalveld, terug. Gelukkig kreeg SSSE toestemming van de heer Ten Cate om te gaan voetballen op de “Nieuwe Aanleg”. Algauw werd de “Nieuwe Aanleg” door de leden omschreven als “Domme Aanleg”. Volgens hen was alles er dom aan. Het veld bestond uit molshopen en tossen gras. Hier één wedstrijd spelen kostte meer energie, dan twee op een gewone grasmat.

Hier wordt dan ook niet lang gevoetbald. Nog geen jaar na de oprichting wordt de verhuizing naar het nieuwe terrein van de NH-diaconie aan de Haaksbergseweg aangekondigd. De kleedgelegenheid was daarbij een van de problemen. Bij de boer is bezwaarlijk omdat de boerin hier niet tegen kan, was de mening van de ledenvergadering.

Het bestuur zou hierover contact opnemen met de boer. Het bestuurslid die dit zou regelen, rapporteerde als volgt: ik heb mij wel in verbinding gesteld met boer Lammers, maar boer Lammers niet met mij. Op zaterdag 28 september 1935 wordt het terrein officieel in gebruik genomen. In het eerste seizoen dat er gespeeld wordt aan de Haaksbergseweg, wordt het eerste elftal van SSSE met vlag en wimpel kampioen. Op 27 februari 1936, bij de wedstrijd SSSE 2 – Blauw Wit 2 Dinxperlo wordt een nieuwe kleedkamer in gebruik genomen. En ene Tinus die pas in het huwelijksbootje is gestapt, neemt naast de goede zorg voor zijn vrouw ook de zorg voor het materiaal op zich.

Na de fantastische beginjaren heeft ook SSSE het moeilijk in de oorlogsjaren en in 1944 bij het 10-jarige bestaan ziet het er niet best uit, de vereniging telt nog maar 15 leden. Na de bevrijding wordt de toegebrachte schade aan het terrein opgenomen: de kleedkamer is weg en wordt niet teruggevonden. Later zou men deze terug hebben gezien als kippenhok in Anholt. Ook de omrastering van het terrein is verdwenen. Langzaam maar zeker gaat het dan weer wat beter met de vereniging. Er komt ook weer een kleedkamer. “Er verrees een villa in de Woeste Esch, eenig in zijn soort” zo schreef men in de kranten. In 1951 wordt de promotie naar de 4e klasse van de KNVB gehaald. En dan te bedenken dat men 6 jaar terug nog in de 3e klasse van de onderafdeling speelde.

Voordat er zaterdags gevoetbald kon worden, moest men nog wel even de kleedkamers schoonvegen, de netten ophangen, de lijnen kalken en de schapen van het speelveld verwijderen. In 1961 werd door het bestuur besloten dat de schapen van het veld moesten. Deze dieren houden zich niet meer aan de afspraak, hun uitwerpselen werpen de spelers onderuit. In 1962 heeft men het plan om de kleedkamers in de maanden mei tot en met juli als vakantieverblijf te verhuren. Men krijgt van de lokale overheid hiervoor echter geen vergunning. In de loop der jaren kwam het verkooppunt van Freek Lukens in beeld. Door een luikje kon hij iedereen helpen aan een warm worstje of een flesje met fris. Alles moest wel in de openlucht genuttigd worden en vaak staande. Een record was een opbrengst van f 1.500,00 per jaar, vooral dankzij de geweldige inzet van Freek Lukens met zijn dochters. Aan dit terrein achter de Begraafplaats is bijna 39 jaar gevoetbald, namelijk tot februari 1974.

In 1970 worden voor het eerst oriënterende besprekingen gevoerd over de plannen van een verhuizing naar het nieuwe sportcomplex de Bijenkamp. Het uiteindelijke resultaat kennen we: een prachtig sportcomplex met een eveneens prachtig clubgebouw, genaamd “D’n Iemhof”. Op 12 februari 1974 houdt het bestuur haar eerste vergadering in het nieuwe clubgebouw, waarna de officiële opening plaatsvindt op 20 februari van dat jaar door burgemeester van de toenmalige gemeente Eibergen.

In 1993 is de gehele accommodatie gemoderniseerd, men kon beschikken over drie speelvelden, twee verlichte trainingsvelden, acht kleedkamers, drie kleedkamers voor scheidsrechters, een verzorgingsruimte, een materiaalopslag, een prachtige bestuurs- c.q. vergaderruimte en het reeds genoemde clubgebouw.

In 1977 ging het er overigens in het clubgebouw van SSSE nogal stormachtig toe. Dat lazen wij in de krant van maandag 3 oktober 1977 met de volgende tekst.

“Het was zaterdag bijzonder winderig op het sportcomplex “de Bijenkamp” in Eibergen, of moet ik eigenlijk zeggen Neede. Nee, Neede – Eibergen. Het stormde zowaar en de vele sportbeoefenaars hadden zichtbaar moeite met het voor ons weer helemaal vreemde herfstweer. Het is daarom niet vreemd dat tijdens de verschillende rustperioden de toeschouwers, die toch maar een nat pak riskeerden, zich eventjes gingen opwarmen in de warme kantine. In de kantine van SSSE was het eventjes helemaal niet warm. Daar waaide het bijna nog harder dan buiten het overigens leuke clublokaal. Wat gebeurde namelijk. De een of andere onverlaat probeerde een nieuwe koolzuurcilinder aan te sluiten om zodoende lekkere pilsjes te kunnen tappen. De man was echter niet op de hoogte van de juiste handelingen, want plotseling klonk een vreselijk gesis door de ruimte. Verschillende snoepartikelen alsmede een prijzenbord werden van de wand weggevaagd. Iedereen stoof richting deur. Daar bleef het bij. Toen was de orkaan voorbij. Zo zie je maar weer dat sommige mensen zich beter bezig kunnen houden met het drinken van een pilsje, dan met het tappen van een pilsje”.

De clubkleuren

Wat de kleding betreft, koos SSSE bij de oprichting voor de kleuren oranje en zwart. De kousen zijn zwart met een oranje knieband. Het was een behoorlijk zwarte bedoening en daarbij was ook de keeper nog eens helemaal in het zwart. Tijdens een wedstrijd tegen de CJV’ers in Deventer werd daarom een keer gevraagd of ze de dominee hadden meegebracht. In september 1962 wordt in de ledenvergadering besloten om een nieuw tenue te gaan dragen. Dit met ingang van het volgende seizoen, de leden hadden dan een jaar de tijd om te sparen. In het seizoen 1963/1964 verschijnt SSSE in een nieuw tenue: geel shirt en zwarte broek, de clubkleuren tot en met 2006.

Sc. Eibergen is ontstaan uit een fusie tussen Eibergse Boys en sv DES op 1 april 1971. Als oprichtingsdatum werd die van Eibergse Boys aangehouden, nl. 24 april 1918.

 

Historie Eibergse Boys

Al voor de eerste wereldoorlog (1914 – 1918) waren er in de gemeente Eibergen twee voetbalverenigingen actief, namelijk Oranje Nassau Club (ONC) en Concordia. Op 24 april 1918 besloten de beide voetbalverenigingen een fusie aan te gaan en werd de nieuwe naam “De Zwaluwen” aangenomen.

Aanvankelijk werden er uitsluitend vriendschappelijke wedstrijden gespeeld. Vanaf het seizoen 1920 -1921 werd voor het eerst aan de competitie van de Geldersche Voetbal Bond (GVB) deelgenomen. Wel moest in opdracht van de voetbalbond de naam worden veranderd. Vanaf dat moment werd de naam Eibergse Boys gehanteerd. Als oprichtingsdatum voor de nieuwe voetbalvereniging werd 24 april 1918 aangehouden.

In het voetbalseizoen 1921 – 1922 werd het kampioenschap van de Geldersche Voetbal Bond behaald en volgde promotie naar de derde klasse KNVB. In het seizoen 1922 – 1923 kwamen de Eibergse Boys ook met een tweede elftal uit in de competitie, terwijl in het seizoen 1938 – 1939 voor de eerste keer met jeugdelftallen (een A- en een B-elftal) in de competitie werd gestart.

Op 1 april 1971 werd er een fusie aangegaan met de voetbalvereniging SV DES; vanaf dat moment heet de vereniging Sportclub Eibergen.

Een stukje D.E.S. geschiedenis

Gaarne voldoe ik aan het verzoek, om als oud D.E.S. bestuurslid een bijdrage te leveren aan het jubileumblad t.g.v. het 60-jarig bestaan.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: de Sportcentrale D.E.S. werd 14 mei 1945 opgericht door kapelaan Koeleman en de heer Dollenkamp, waaraan D.E.S. toen voor die tijd veel heeft te danken.

Er waren toen een stelletje jongens, die op zondagmiddag bij te Vaarwerk (op Beezebekke) na het lof, want daar moest men eerst naar toe, een balletje gingen trappen. Onder een bal verstond men een stuk leer met binnenbal, meer eivormig dan rond. Zo begon bij D.E.S. de bal te rollen.

Zowel bij de fam. Te Vaarwerk, als bij Schepers en Lamers aan de Groenloseweg waren we welkom. G. Hoeben werd onze eerste terreinknecht en de eerste trainer was de heer Sloot uit Hengelo, die nu nog erelid is. Dat de vereniging D.E.S. (Door Eendracht Sterk) zijn naam eer heeft gedaan, hadden we te danken aan veel mensen die tijd en vrije tijd aan de sport hebben besteed. Inmiddels was men er ook in geslaagd ook een afdeling korfbal, gymnastiek en wandelen op te richten, vandaar de naam Sportcentrale.

Het waren bovengenoemde oprichters, die met het toenmalige kerkbestuur, om de tafel gingen zitten. Resultaat was een stuk grond, waarvan een voetbal- en een trainingsveld kon worden gemaakt voor de huur van Fl. 75,– per jaar.

Het is altijd een beetje gevaarlijk namen te noemen, omdat je vooraf weet, dat bepaalde personen worden vergeten. Maar ik heb voor mezelf het gevoel niet volledig te zijn, wanneer we niet terugdenken aan de mensen van het eerste uur. Met name denk ik terug aan de heren Mon Sr., Huitink, Jans Kerkemeyer en Pierik uit Rekken, Bart Bomers, Verdaasdonk, Schepers, ter Woerds en later J. Reesink de huidige wethouder, Borgman, Papen, ter Vaarwerk, Overkamp, ten Barge, Beusink, fam. Hoeben en niet te vergeten Mevr. Te Kaat – Bomers, en de fam. Penterman en vanzelfsprekend de huidige bestuursleden, waarvan een aantal de fusie hebben voorbereid.

Vergeef mij, dat ik allicht namen heb vergeten, die het ook verdiend hebben genoemd te worden.

Het aantal leden groeide ook al, doordat steeds meer ouders inzagen, dat sport een gezonde vrijetijdsbesteding was. D.E.S. beschikte ook over een kern supporters, waarop nooit tevergeefs een beroep werd gedaan, zoals bij bazars, verloting, kleedlokalen bouwen, toto’s ophalen enzovoort. De onderlinge band zorgde voor veel plezier, zoals b.v.. het vervoer bij uitwedstrijden met het kippenautootje van Clemens Moorman, die de spelers in 2 groepen vervoerde en dat geheel belangeloos. Later gingen we natuurlijk,met de bus. Naar de beslissingswedstrijd in Winterwijk tegen RKZVC zelfs met zes bussen. We wonnen toen met 6-1. Ik zou nog wel meer aan kunnen halen, doch dat is niet de bedoeling van de jubileumcommissie.

Zo geleidelijk aan werd er door beide besturen gepraat om samen te gaan. De eerste bespreking was in de cantine van de boterfabriek o.I.v. de heer van de Bos. Bij A.D. 69 en Lochem werd wat geïnformeerd en al pratende kwam men verder, al lag dit verschillende leden zwaar op de maag. De heer Penterman zal de overgang verder beschrijven

Als oud-bestuurslid en erelid spreek ik de wens uit, dat het in alle opzichten een goed jubileumjaar mag worden. Om dit te bereiken is mijns inziens niet een tweede klas, geen grote maar een gezonde vereniging nodig, waar men elkaar in vriendschap kan ontmoeten.

Ik wens allen, die bij Sportclub Eibergen zijn betrokken veel succes.

J. Hummelink, erelid D.E.S.
(Uit: Sc. Eibergen 60 jaar, letterlijke weergave (1978))

De jaren na de fusie

Als oud-voorzitter  van s.v. D.E.S. is mij gevraagd enige woorden te schrijven voor het jubileumblad t.g.v. het 60-jarig bestaan van Sc. Eibergen. ik zal dan een duik nemen in een sloot vol met oude koeien.

De oprichtingsdatum van Eibergse Boys is 24-4-1918 en van s.v. D.E.S. 14-5-1945. gefuseerd 1-4-1971 tot een grote club die Sportclub Eibergen heet. Inmiddels zij er zeven, ik mag wel stellen, vruchtbare jaren, verlopen, met vele ups en ook enkele downs, doch deze moeten er ook zijn, om ze gezamenlijk op te vangen, om de vereniging stabiel te maken.

Volgens mij, is het eerste seizoen 1971-1972 het moeilijkst geweest qua accommodatie. Velden aan de Needseweg en aan de Rekkensebinnenweg. Maar met in ons achterhoofd de Bijenkamp, werd niet bij de pakken neergezeten. Toen dan ook op 22-2-1972 de grote deur van de varkensschuur werd geopend om er een cantine van te maken, hebben we veel verbaasde gezichten gezien. Zou dit wel iets kunnen worden?

Met inzet van vele leden en ook supporters onder leiding van O. Leuverink, werd er gemokerd, getimmerd en gemetseld (resultaat blauwe duimen en schrammen) en op 11-8-1972 werd de cantine, “de Schoppe” gedoopt, geopend, als openingswedstrijd speelden we op 12-8 tegen H.S.C. ’21. Deze beide dagen heb ik aangevoeld als een samensmelten van twee verenigingen tot een grote gemeenschap, die Sportclub Eibergen heet.

Tot een bijna even grote prestatie zijn we met onze leden gekomen in 1974, toen de tribune werd geopend (wel met een overschrijding van het financiële gedeelte). De tribune werd geopend in augustus 1974, ook een pronkstuk van onze vereniging.  Namen noemen is altijd gevaarlijk, omdat vele leden (en ook niet leden) met een geweldige inzet hebben gewerkt om Sc. Eibergen tot een eenheid te maken.

Op een ereplaats in deze komt toch wel onze erevoorzitter J. Tijink, die geen werk teveel is geweest om Sc. Eibergen tot grote bloei te brengen. Zijn benoeming tot schoolhoofd in de Wijk was een steek in het hart van vele Sportclubleden. Een grote sportvriend ging van ons weg. Daarnaast noem ik oud trainer E. Bruning, die de eerste drie jaren na de fusie als trainer uit een hutspot van spelers een eenheid moest maken en waarin hij goed geslaagd is. een trainer met een groot inzettingsvermogen. Veel inzet heeft ook de jeugdcommissie getoond, geen werk was hen teveel om het de jeugd naar de zin te maken.

Over de afgelopen die jaar heb ik nog niet gesproken. Vele oneffenheden werden bijgeschaafd wat betreft reclameborden, de keuken en het magazijn. Maar wat mij persoonlijk het hardst tegen de borst heeft gestuit is, dat een groep leden van de Eibergse Boys en s.v. D.E.S. door de fusie zich hebben teruggetrokken, net of hun grote werk teniet gedaan was door de fusie. Maar zo is het niet, juist op deze fundering hebben we doorgebouwd.

Kom dan op deze grote feestdag van het 60-jarig bestaan u zelf feliciteren.

Dit zal het grootste cadeau zijn, dat u Sc. Eibergen kunt aanbieden.

J.G. Penterman, oud-voorzitter D.E.S.
(Uit: Sc. Eibergen 60 jaar, letterlijke weergave (1978))

FC Eibergen 100 Jaar!

Dag(en)

:

Uur(s)

:

Minute(s)

:

Second(s)